ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6095
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- C.A. Joustra
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep pensioenverevening na echtscheiding met toepassing Wet VP
In deze zaak staat de pensioenverevening centraal tussen [R] en [M], die in 1960 in België zijn gehuwd en in 2000 zijn gescheiden. [R] betwistte de pensioenverevening op grond van een onderhoudsverbintenis en Belgische regelgeving, terwijl [M] aanspraak maakte op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen volgens de Wet VP.
Het hof oordeelde dat de Wet VP van toepassing is op de pensioenaanspraak van [R] jegens [G], ongeacht het Belgische huwelijksvermogensrecht. De onderhoudsverbintenis uit 1990 kwalificeert niet als een schriftelijke overeenkomst met het oog op de scheiding die de Wet VP kan uitsluiten. Het tijdstip van feitelijke scheiding is niet relevant voor de toepassing van de Wet VP.
De stellingen van [R] dat toepassing van de Wet VP onaanvaardbaar zou zijn en dat Belgische regels prevaleren, werden verworpen. Het hof verklaarde [R] niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen het vonnis van 6 juni 2007, verwierp zijn overige grieven en bekrachtigde de bestreden vonnissen van 12 maart 2008, 1 april 2009 en 2 juni 2010. [R] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van [R] wordt afgewezen en de bestreden vonnissen worden bekrachtigd.