ECLI:NL:GHAMS:2012:BV3500
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak aanzetten tot haat; veroordeling voor groepsbelediging op openbare plaats
De verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij op 1 juli 2007 in Amsterdam in het openbaar mondeling had aangezet tot haat en discriminatie tegen het negroïde ras, Surinamers en Antillianen. Subsidiair werd hem ten laste gelegd dat hij zich in het openbaar beledigend had uitgelaten over deze groepen.
Tijdens het Kwakoefestival werd de verdachte de toegang tot een parkeergarage ontzegd, waarna hij in frustratie beledigende en discriminerende uitlatingen deed in het bijzijn van verkeersregelaars en een verbalisant. Het hof oordeelde dat de uitingen onvoldoende bewijs leverden voor opzet tot aanzetten tot discriminatie, maar dat de beledigende uitlatingen wel bewezen waren.
De verdediging voerde aan dat de inverzekeringstelling onrechtmatig was, maar de verklaringen van de verdachte werden niet voor bewijs gebruikt. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn bij de strafoplegging. Uiteindelijk werd de verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld tot een deels voorwaardelijke werkstraf van 50 uur voor groepsbelediging.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van aanzetten tot haat, veroordeeld tot een deels voorwaardelijke werkstraf van 50 uur voor groepsbelediging.