Uitspraak
A.J.A. Eliens te Haarlem.
Het geding in hoger beroep
Bij die beslissing heeft de kamer de door klager ingediende klacht gegrond verklaard en afgezien van het opleggen van een maatregel. De kamer heeft daarbij geïntimeerde, verder de gerechtsdeurwaarder, aangemerkt als de gerechtsdeurwaarder tegen wie de klacht is gericht.
De gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klager en de gerechtsdeurwaarder zijn niet verschenen.
De stukken van het geding
De feiten
Het standpunt van partijen
De beoordeling
3 december 2010 heeft gericht tegen[A], als gerechtsdeurwaarder verbonden aan het kantoor [F] te [plaats].
[gerechtsdeurwaarder], die is verbonden aan het kantoor [F] te [plaats], heeft zich echter als beklaagde opgeworpen en is vervolgens door de kamer als zodanig aangemerkt. Ter zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder op vragen van het hof verklaard dat het gebruikelijk is dat de gerechtsdeurwaarder de verantwoordelijkheid op zich neemt als een klacht wordt ingediend die betrekking heeft op het kantoor te [plaats], maar die niet rechtstreeks valt te herleiden naar één bepaalde gerechtsdeurwaarder. In dit geval is voor het kantoor te [plaats] gekozen omdat het beslag is gelegd in opdracht van dat kantoor.
De beslissing