Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
- “u laat zich naar de kinderen toe niet negatief uit over de pleegouders;
- u belast de kinderen niet met informatie over rechtszaken e.d.;
- u overlegt met de gezinsvoogd over welke informatie u de kinderen kunt geven aangaande hun toekomstperspectief.”
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
.[kind a] heeft nog steeds last van stemmingswisselingen en woede-uitbarstingen. Zij heeft weinig vertrouwen in volwassenen en heeft moeite met het feit dat haar toekomst onzeker is. Ook [kind b] kan haar gevoelens niet adequaat uiten en laat zich niet troosten als ze verdrietig of boos is. Zij lijkt te verharden. Zij luistert nog steeds slecht naar volwassenen, zoekt de grenzen op en kan erg brutaal zijn. Voorts zet zij zich regelmatig af tegen de pleegouders en lijkt zij afwijzing op te zoeken.