Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld van A. Dahmani, tolk in de Berberse taal;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
- te verklaren voor recht dat tussen partijen het Nederlands huwelijksvermogensrecht van toepassing is en dat de man aansprakelijk is voor de helft van de huwelijkse schulden;
- te bepalen dat de man rekening en verantwoording dient af te leggen van zijn gehele vermogen, met name zijn onroerend goed en spaartegoeden in Marokko;
- te bepalen dat de man zijn aandeel in die goederen verbeurt als hij opzettelijk goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt;
- vast te stellen dat zij recht heeft op de helft van dit vermogen, dan wel een zodanig bedrag ter zake van deze vermogensbestanddelen als het hof juist zal achten, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
- zonodig een deskundige te benoemen om de waarde van de vermogensbestanddelen vast te stellen.