Uitspraak
mr. J.A. Trimbachte Utrecht,
mr. R.P.M. Janse van Mantgemte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (Stichting BPF) is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam inzake een verzet tegen een dwangbevel voor pensioenpremies. [Geïntimeerde] exploiteerde tot 1 oktober 2005 een schoonmaakbedrijf en was verplicht pensioenpremies af te dragen aan Stichting BPF.
De kern van het geschil betreft de betaling en toerekening van pensioenpremies over 2004 en 2005. [Geïntimeerde] stelt dat zij de premies steeds heeft voldaan op basis van haar loonadministratie en dat Stichting BPF ten onrechte premies in rekening heeft gebracht voor haar directeur en een ex-werknemer. Stichting BPF erkent de betalingen, maar voert aan dat deze ook zijn aangewend ter voldoening van premies over andere jaren.
Het hof ziet aanleiding Stichting BPF in de gelegenheid te stellen te reageren op het verweer dat zij betalingen niet op de door [geïntimeerde] aangegeven premiejaren mocht toerekenen. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere uitlatingen, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rol voor nadere uitlatingen over de toerekening van betalingen, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.