Uitspraak
mr. A.W. van der Lindente Tilburg,
wonend te [woonplaats],
GEÏNTIMEERDE,
mr. A.A. Marcuste Capelle aan den IJssel.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond de vraag centraal of Juridisch Support recht had op een honorarium van 15% over de tweede tranche van een bonus en andere voordelen die de werknemer ontving bij de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met IMC Trading B.V. Juridisch Support had de werknemer juridisch bijgestaan op basis van een no cure no pay afspraak, waarbij het honorarium was vastgesteld op 15% over het bruto bedrag dat de werknemer ontving minus € 100.000.
De rechtbank wees de vordering van Juridisch Support af en oordeelde dat zij tekort was geschoten in haar verplichtingen door de werknemer niet te informeren over de risico’s van een procedure over het non-concurrentiebeding en de gevolgen van het accepteren van een schikking met finale kwijting. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de honorariumafspraak niet zonder meer uitgebreid kon worden tot de bonus over 2009 en andere voordelen die niet expliciet waren afgesproken.
Het hof benadrukte dat Juridisch Support als professionele partij had moeten zorgen voor duidelijke afspraken over het honorarium en de werknemer had moeten waarschuwen voor de mogelijke nadelige gevolgen van de schikking. De grieven van Juridisch Support werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, met veroordeling van Juridisch Support in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van Juridisch Support af wegens ontbreken van aanspraak op honorarium over bonus en andere voordelen.