ECLI:NL:GHAMS:2011:BZ3472
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Provisionele vordering tot uitvoerbaarverklaring na verwijzing cassatie inzake distributie- en koopovereenkomsten
Impro en KTDC zijn betrokken bij een geschil over distributie- en koopovereenkomsten betreffende het product 'Fuel Saver'. Impro vordert in een incident een provisionele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van reeds toegewezen bedragen zonder zekerheidsstelling. Deze vordering betreft betalingen die het hof te 's-Gravenhage eerder aan Impro had toegewezen, vermeerderd met proceskosten.
De Hoge Raad heeft het eerdere arrest van het hof te 's-Gravenhage vernietigd en verwezen voor verdere behandeling. Na verwijzing beoordeelt het hof of de provisionele vordering van Impro toewijsbaar is. Het hof stelt vast dat aan de formele vereisten van artikel 223 Rv Pro is voldaan en dat Impro voldoende belang heeft bij de vordering omdat het onredelijk is de afloop van de hoofdzaak af te wachten.
Echter, het hof weegt de belangen van partijen af en concludeert dat het restitutierisico voor KTDC en de kans dat KTDC's reconventionele vordering alsnog wordt toegewezen zwaarder wegen. Impro heeft onvoldoende gesteld dat haar financiële situatie is verbeterd. Daarom wijst het hof de provisionele vordering af en houdt het de beslissing over proceskosten aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: De provisionele vordering van Impro tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen.