ECLI:NL:GHAMS:2011:BX8888
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonvordering en bewijs ontslag werknemer
In deze civiele zaak staat centraal of de werknemer ondubbelzinnig ontslag heeft genomen en of de loonvordering terecht is toegewezen. De werknemer werkte sinds 2003 bij het restaurant van de werkgever en werkte voor het laatst op 1 juni 2008. De werknemer stelde dat het dienstverband pas per 1 oktober 2008 was geëindigd en vorderde loon over de periode juni tot oktober 2008.
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden en een ontbindingsvergoeding toegekend, maar later herroepen wegens verzwegen dienstverband bij een ander restaurant. Na bewijslevering oordeelde de kantonrechter dat de werknemer niet duidelijk had verklaard ontslag te nemen en veroordeelde de werkgever tot betaling van salaris en bijkomende kosten.
Het hof bevestigt dat niet is komen vast te staan dat de werknemer ondubbelzinnig ontslag heeft genomen. De getuigenverklaringen en gedragingen van de werknemer leiden niet tot een ander oordeel. De loonvordering wordt niet als onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid beoordeeld, ondanks het feit dat de werknemer na juni 2008 elders in dienst trad. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De zaak wordt ambtshalve samengevoegd met een ander hoger beroep tussen partijen dat op 14 februari 2012 voor arrest staat, om samen een beslissing te kunnen nemen over de proceskostenveroordeling. De verdere behandeling van de proceskostenveroordeling wordt aangehouden.
Uitkomst: Loonvordering wordt toegewezen, buitengerechtelijke incassokosten afgewezen, en zaak wordt samengevoegd met ander hoger beroep voor gezamenlijke beslissing.