ECLI:NL:GHAMS:2011:BX7892
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbetaling co-piloot na afkeuring wegens medicatiegebruik
Appellant was co-piloot op oproepbasis bij Tristar en werkte tot 1 november 2009. Daarna verrichtte hij geen arbeid meer omdat hij door de Egyptische luchtvaartautoriteiten was afgekeurd wegens de aanwezigheid van benzodiazepines in zijn urine. Appellant erkende het gebruik van diazepam, een kalmeringsmiddel. Hij vorderde loonbetaling over de periode van niet-gewerkte maanden, maar de kantonrechter wees dit af omdat de oorzaak van het niet-werken in zijn risicosfeer lag.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet wist dat het medicijngebruik tot afkeuring zou leiden en dat Tristar onvoldoende gelegenheid had geboden om het gedrag aan te passen. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat het voor hem onvoorzienbaar was dat hij zou worden afgekeurd en dat hij geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot een derde keuring. Ook was niet gebleken van ziekte in de zin van artikel 7:629 BW Pro, omdat appellant geen deskundigenverklaring had overgelegd en zich niet ziek had gemeld.
Verder werd een vaststellingsovereenkomst gesloten over achterstallig loon en dagvergoedingen over een eerdere periode, welke door Tristar was betaald. De overige grieven van appellant faalden eveneens. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Tristar niet gehouden is loon te betalen over de periode dat appellant niet werkte vanwege afkeuring door medicatiegebruik.