ECLI:NL:GHAMS:2011:BX7730
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vonnis wegens vage verplichting tot aankoop vervangende huisvesting na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en hun huwelijk is ontbonden. De rechtbank had de man veroordeeld tot nakoming van een overeenkomst om vervangende huisvesting voor de vrouw te kopen, met een dwangsom bij niet-nakoming. De man kwam in hoger beroep en stelde dat de verplichting onduidelijk en onbepaald was, onder meer omdat geen criteria voor de koopsom of woningtype waren vastgesteld.
Het hof oordeelde dat niet is vastgesteld wat de inhoud van de verplichting precies was en dat het vonnis daarom op een juridische misslag berust. De veroordeling tot nakoming van een dergelijke vage overeenkomst met dwangsom was niet toelaatbaar. Daarom werd de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst voor de duur van het hoger beroep.
De financiële situatie van de man werd niet verder behandeld omdat de schorsing op juridische gronden werd toegekend. De beslissing over de proceskosten werd aangehouden tot de hoofdzaak is afgerond. De zaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot nakoming van de vage verplichting tot aankoop van vervangende huisvesting is geschorst voor de duur van het hoger beroep.