parketnummer: 23-001417-10
datum uitspraak: 20 mei 2011
VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 maart 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-850225-10 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats en –datum],
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I..
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 23 maart 2010 en op de terechtzitting in hoger beroep van 10 mei 2011.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
feit:
hij op enig tijdstip gelegen in de periode van 29 september 2009 tot en met 6 oktobeer 2009 te Diemen en/of Zoetermeer , in elk geval Nederland, een of meer medewerkers van het CVZ (College voor Zorgverzekerden) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend dat bedrijf (CVZ) en/of die medewerkers een aan verdachte gerichte brief (van het CVZ)retour gestuurd en/of toegezonden met hierop de tekst(en) en/of woorden geschreven: "Weet je kankerblanken, er gaan dooie vallen binnen enkele maanden. Vieze kankerjonden" en/of "Want ik heb jullie al gewaarschuwd dat ik sinds 28-01-2006 niet verzekerd ben maar jullie sturen zelfs JICB (CJIB)"en/of "Aan hun heb ik zoizo schijdt, ik zal toch ontkomen bij de meervoudige strafkamer voor de moorden, capich" en/of "Dit is mijn bezwaarschrift, het kost mij nu een postzegel, maar hierna kogels", in elk geval een of meer woorden en/of teksten van een soortgelijke dreigende aard en/of strekking; (artikel 285 Wetboek van Strafrecht)
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
feit:
hij op enig tijdstip gelegen in de periode van 29 september 2009 tot en met 6 oktobeer 2009 te Diemen en/of Zoetermeer , in elk geval Nederland, een of meer medewerkers van het CVZ (College voor Zorgverzekerden) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend dat bedrijf (CVZ) en die medewerkers een aan verdachte gerichte brief (van het CVZ) retour gestuurd en met hierop de woorden geschreven: "Weet je kankerblanken, er gaan dooie vallen binnen enkele maanden. Vieze kankerjonden" en "Want ik heb jullie al gewaarschuwd dat ik sinds 28-01-2006 niet verzekerd ben maar jullie sturen zelfs JICB (CJIB)" en "Aan hun heb ik zoizo schijdt, ik zal toch ontkomen bij de meervoudige strafkamer voor de moorden, capich" en "Dit is mijn bezwaarschrift, het kost mij nu een postzegel, maar hierna kogels";
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
het bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Gebleken is dat de verdachte het verwerpelijke van zijn getoonde gedrag in zijn geheel niet in ziet. De bedreigingen die door de verdachte geuit zijn, brengen een gevoel van onveiligheid en onaanvaardbare angst met zich mee voor het personeel van CVZ tot wie de bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven zijn gericht.
Naar ’s hofs oordeel is gelet op de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 26 april 2011 en de verklaringen van de verdachte ter terechtzitting, een werkstraf en een voorwaardelijke straf niet meer aan de orde. Het hof acht dan ook, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.
Dit arrest is gewezen door de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. Mijnsberge, mr. N.F. van Manen en mr. C.J.D. Waal, in tegenwoordigheid van T. Leeman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 mei 2011.