ECLI:NL:GHAMS:2011:BX2403
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen griffiersbeslissing over griffierecht
Verzoekers maakten bezwaar tegen het in rekening brengen van het volledige griffierecht, stellende dat zij tijdig een toevoeging hadden overgelegd die kennelijk bij het hof was zoekgeraakt. Ondanks herhaalde toezendingen ontvingen zij een nota voor aanvullend griffierecht en aanmaningen.
Het hof beoordeelde het verzet tegen de griffiersbeslissing van 29 april 2011, waarbij een bedrag van €234,75 werd bijgerekend wegens het niet tijdig overleggen van de definitieve toevoeging. Verzoekers dienden hun verzetschrift op 14 juli 2011 in, ruim na de wettelijk gestelde termijn van één maand na de nota.
Op grond van artikel 25, eerste lid, WTBZ, is het verzet binnen een maand na mededeling van de griffiersbeslissing in te dienen. Het hof oordeelde dat het verzet te laat was en daarom niet-ontvankelijk. Ook een beroep op artikel 18a WTBZ faalde wegens dezelfde termijnoverschrijding.
Het hof wees het verzet af en benadrukte dat betaling van het griffierecht niet leidt tot een nieuwe termijn om verzet in te dienen als het eerdere bezwaar al was afgewezen en niet tijdig werd bestreden.
De beschikking werd gegeven door de genoemde raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2011.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzet tegen de beslissing van de griffier om aanvullend griffierecht te heffen.