ECLI:NL:GHAMS:2011:BX0873
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toestemming echtgenoot voor borgtocht door statutair bestuurder en enig aandeelhouder
In deze civiele zaak staat centraal of de borgtocht die [A], statutair bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf X], is aangegaan jegens de bank, vernietigd kan worden wegens het ontbreken van toestemming van zijn echtgenote. De borgtocht betreft de nakoming van verplichtingen van [bedrijf X] en de [bedrijf Y]-groep, gefinancierd door de bank.
Het hof stelt vast dat de borgtocht door [A] valt onder de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW Pro, omdat deze borgtocht is aangegaan in de normale uitoefening van het bedrijf van [bedrijf X]. De statutaire doelomschrijving van [bedrijf X] omvat het financieren en stellen van zekerheden voor andere ondernemingen binnen de groep, waardoor geen toestemming van de echtgenote vereist was.
Verschillende grieven van appellant, waaronder dat de bank eerst andere borgen had moeten aanspreken en dat het onaanvaardbaar is dat hij moet betalen terwijl sommige vennootschappen niet failliet zijn, worden verworpen. Het hof oordeelt dat de bank vrij was om [A] als borg aan te spreken en dat appellant onvoldoende feiten heeft aangevoerd om zijn stellingen te onderbouwen.
Het debat spitst zich toe op de vraag of betalingen door mede-borg Lucid B.V. zijn verwerkt in de resterende vordering van de bank. Het hof geeft partijen de gelegenheid om zich hierover nader uit te laten en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Toestemming echtgenote was niet vereist voor borgtocht; diverse grieven afgewezen; zaak aangehouden voor nadere onderbouwing vordering.