ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7220
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Werkgever niet aansprakelijk voor burn-out werknemer wegens onvoldoende bewijs van werkgerelateerde oorzaak
In deze civiele zaak vordert de werknemer vergoeding van inkomens- en psychische schade wegens een burn-out die hij stelt te hebben opgelopen door hoge werkdruk en onderbezetting bij ABN AMRO. De werknemer baseert zijn stellingen op medische rapporten en eigen verklaringen over stressvolle werkomstandigheden binnen de afdeling Global Business Support.
ABN AMRO betwist dat de werkomstandigheden gevaarlijk waren voor de gezondheid van de werknemer en voert aan dat er geen sprake was van structurele onderbezetting of excessieve werkdruk. Ook stelt zij dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan en dat de werknemer niet heeft geklaagd over de werkdruk, waardoor de risico's niet kenbaar waren.
Het hof stelt dat de werknemer onvoldoende concreet heeft gesteld en bewezen dat zijn burn-out het gevolg is van de werkomstandigheden. De medische rapporten berusten grotendeels op eigen verklaringen zonder objectieve onderbouwing van de werkomstandigheden. Daarnaast is niet aannemelijk dat de werkgever op de hoogte was van de ernst van de situatie. Ook de reïntegratie-inspanningen van ABN AMRO worden als adequaat beoordeeld.
Daarom wijst het hof de vorderingen van de werknemer af, vernietigt de eerdere vonnissen en veroordeelt de werknemer tot terugbetaling van reeds betaalde voorschotten met rente. Tevens wordt de werknemer veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van werkgerelateerde oorzaak van burn-out en geen tekortkoming van de werkgever.