ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7106
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg pensioenreglement: voorwaarde inschrijving bevolkingsregister voor partnerpensioen
In deze zaak stond de uitleg van artikel 18 lid Pro 2, aanhef en onder c, van het pensioenreglement centraal, waarin de voorwaarde voor toekenning van partnerpensioen aan een niet-geregistreerde partner wordt geregeld. De geïntimeerde had een samenlevingscontract met de overleden deelnemer, maar stond niet op hetzelfde adres ingeschreven in het bevolkingsregister.
De kantonrechter had geoordeeld dat een uittreksel uit het bevolkingsregister een voldoende maar niet noodzakelijke voorwaarde was en dat samenwonen ook met andere middelen kon worden aangetoond. Het hof verwierp deze uitleg en stelde dat het pensioenreglement een duidelijke, objectieve maatstaf hanteert, namelijk inschrijving op hetzelfde adres in het bevolkingsregister.
Het hof oordeelde dat deze bepaling bedoeld is om discussies over bewijs van samenwonen te voorkomen en dat de ratio van gelijke behandeling van gehuwden en samenwonenden niet uit het reglement blijkt. Het hof vernietigde het bestreden vonnis en verwees de zaak terug naar de kantonrechter om te beoordelen of uitzonderingen op deze regel mogelijk zijn, bijvoorbeeld op grond van redelijkheid en billijkheid.
Ten slotte veroordeelde het hof de geïntimeerde in de proceskosten van het hoger beroep. De zaak zal verder worden behandeld door de kantonrechter, waarbij de hoofdzaak zal worden beslist.
Uitkomst: Het hof vernietigt het tussenvonnis en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere beoordeling van uitzonderingen en hoofdzaak.