ECLI:NL:GHAMS:2011:BV8897
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- W.J. van den Bergh
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht man voor partneralimentatie na ontslag en WW-uitkeringsweigering
Partijen zijn in 1994 gehuwd en hun huwelijk is op 17 februari 2011 ontbonden. De man was tot 1 oktober 2010 fulltime in dienst bij een bouwbedrijf, waarna zijn arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens bedrijfseconomische redenen. Hij ontving een ontslagvergoeding en vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat hij niet de vereiste informatie verstrekte.
In hoger beroep stond centraal welk inkomen van de man bij de draagkrachtberekening voor partneralimentatie in aanmerking moet worden genomen. De man leefde van geleend geld en toeslagen en was niet in staat zijn lasten volledig te voldoen. Het hof overwoog dat niet alleen het feitelijke inkomen, maar ook het redelijkerwijs te verwerven inkomen moet worden meegewogen, waarbij de man verwijtbaar had gehandeld door het niet tijdig aanleveren van informatie voor de WW-uitkering.
Het hof stelde vast dat de man redelijkerwijs had moeten proberen een WW-uitkering te verkrijgen en werk te vinden, maar dat zijn gezondheidsproblemen en de economische crisis het vinden van vergelijkbaar werk bemoeilijkten. Daarom werd het fictieve WW-inkomen, vermeerderd met de ontslagvergoeding, als uitgangspunt genomen voor de draagkracht tot 1 oktober 2012. De partneralimentatie werd vastgesteld op €92 per maand vanaf 1 oktober 2011, gelijk aan 10% van het toepasselijke bijstandsniveau, met afwijzing van hogere vorderingen voor de toekomst.
Uitkomst: De partneralimentatie is vastgesteld op €92 per maand vanaf 1 oktober 2011 tot 1 oktober 2012, gebaseerd op het fictieve WW-inkomen van de man.