ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6466
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J. Wortel
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Huurbetalingsverplichting geëindigd per 1 juli 2005 door instemming rechtstreekse huurovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of Roq Holding vanaf 1 juli 2005 nog huur verschuldigd was aan [geïntimeerde]. Het hof heeft uitgebreid getuigen gehoord en diverse schriftelijke stukken beoordeeld, waaronder faxberichten en correspondentie tussen partijen.
De getuigenverklaringen tonen aan dat Roq Holding telefonisch en schriftelijk aan [geïntimeerde] had medegedeeld de huurovereenkomst te willen beëindigen, met de intentie dat de onderhuurder, de vennootschap van [A.], rechtstreeks van [geïntimeerde] zou huren. Tijdens een bijeenkomst op 19 juli 2005 werd dit voorstel besproken en werd door [geïntimeerde] in beginsel ingestemd met een rechtstreekse huurrelatie met [A.].
Na deze datum heeft Roq Holding geen huur meer betaald aan [geïntimeerde], en werden betalingen door [A.] aan [geïntimeerde] gedaan. Het hof achtte de ontkenningen van [geïntimeerde] onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat Roq Holding er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat haar huurbetalingsverplichting was geëindigd.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en wees de vorderingen van [geïntimeerde] af. Tevens werd [geïntimeerde] veroordeeld tot restitutie van aan hem betaalde bedragen en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af en vernietigt het eerdere vonnis.