ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6082
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- R.G. Kemmers
- L.M. Coenraad
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep naamswijziging kinderen naar geslachtsnaam vader na erkenning
De zaak betreft een geschil over de geslachtsnamen van drie kinderen van ouders die niet van Nederlandse afkomst zijn. De oudste zoon kreeg bij geboorte de geslachtsnaam van de moeder omdat de vader hem destijds niet had erkend. Pas na het huwelijk en kort voor de geboorte van het tweede kind erkende de vader de oudste zoon. De ouders wilden toen dat alle kinderen de geslachtsnaam van de vader zouden dragen, maar door een miscommunicatie bij de ambtenaar van de burgerlijke stand werd de naam van de oudste zoon niet gewijzigd.
De tweede en derde kinderen kregen bij geboorte de namenreeks van de vader als geslachtsnaam, hoewel dit volgens de wettelijke bepalingen niet correct was. De ouders wilden dat alle kinderen dezelfde geslachtsnaam droegen, namelijk de geslachtsnaam die de vader later bij koninklijk besluit verkreeg.
De rechtbank wijzigde de namen van de jongste twee kinderen naar de geslachtsnaam van de moeder en wees het verzoek van de ouders af om alle kinderen de geslachtsnaam van de vader te geven. Het hof stelt vast dat de ouders bij erkenning van de oudste zoon de intentie hadden om diens geslachtsnaam te wijzigen, maar dat sprake was van een miscommunicatie. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en gelast dat de geslachtsnaam van alle drie de kinderen eerst wordt gewijzigd in een tijdelijke namenreeks en vanaf de naturalisatie van de vader in de geslachtsnaam van de vader. Het verzoek van de officier van justitie wordt afgewezen en het verzoek van de ouders toegewezen.
Uitkomst: Het hof gelast de geslachtsnaam van de kinderen eerst te wijzigen in een tijdelijke namenreeks en vanaf naturalisatie van de vader in diens geslachtsnaam.