ECLI:NL:GHAMS:2011:BV3296
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling griffierecht bij hoger beroep in meerdere echtscheidingszaken
In deze zaak ging het om hoger beroep tegen verschillende (tussen)beschikkingen van de rechtbank Amsterdam in een echtscheidingsprocedure met nevenvoorzieningen. Verzoekers kwamen in verzet tegen het opnieuw heffen van griffierecht voor twee afzonderlijke verweerschriften in hoger beroep.
De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en meerdere voorlopige voorzieningen getroffen. Tegen diverse beslissingen van de rechtbank was hoger beroep ingesteld, waarbij de zaken door het hof waren samengevoegd. Verzoekers stelden dat slechts eenmaal griffierecht verschuldigd was omdat het om één en dezelfde zaak ging.
Het hof oordeelde dat voor elk afzonderlijk verweerschrift in hoger beroep griffierecht verschuldigd is, tenzij het verzoekschrift in de loop van een aanhangig geding wordt ingediend en op dat geding betrekking heeft. Dit was niet het geval, omdat het ging om verweer in twee afzonderlijke beroepen tegen verschillende beslissingen en dus om verschillende gedingen.
Daarom verklaarde het hof het verzet ongegrond en bevestigde de heffing van twee afzonderlijke griffierechten.
Uitkomst: Het verzet tegen dubbele heffing van griffierecht werd ongegrond verklaard.