ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1617
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonheffing bij toekenning en verkoop van aandelenopties aan werknemers in 1999
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of werknemers in 1999 loon uit dienstbetrekking genoten hebben door toekenning van optierechten op aandelen of door verkoop van aandelen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffing op aan belanghebbende, die dit aanvocht.
De feiten betreffen een aandelenparticipatieregeling tussen de aandeelhouder [B] en werknemers [K], [L] en [M], waarbij aandelen in [C] werden omgezet en verkocht. De vraag is of optierechten reeds in 1997 onvoorwaardelijk waren toegekend en daarmee loonbestanddeel vormden, of dat dit pas in 1999 bij levering van aandelen het geval was.
De rechtbank oordeelde dat in 1997 geen onvoorwaardelijke toekenning van optierechten plaatsvond, omdat essentiële voorwaarden zoals ingangsdatum, looptijd en uitoefenprijs ontbraken. Het hof sluit zich hierbij aan en stelt dat het loonbestanddeel is genoten bij de feitelijke levering van aandelen op 4 oktober 1999. De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €263.193.
Het hof bevestigt dat de participatieregeling een overeenkomst tot levering van aandelen betreft en geen optierechten die de werknemers mochten weigeren. Het voordeel uit de dienstbetrekking ontstaat bij verkrijging van de aandelen. De uitspraak bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het loonbestanddeel is genoten bij levering van aandelen in 1999 en vermindert de naheffingsaanslag tot €263.193.