ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0909
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- W.J. van den Bergh
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Wijziging onderhoudsbijdrage dochter wegens gewijzigde draagkracht vader
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking die de onderhoudsbijdrage van de vader aan zijn dochter met ingang van 16 maart 2010 op nihil stelde. De vader was na ontslag bij zijn vorige werkgever meerdere malen in dienst geweest met een lager inkomen dan voorheen. Het hof oordeelde dat de vader zijn inspanningsverplichting had nagekomen door twee dienstverbanden te combineren en ruim 50 uur per week te werken, waardoor geen sprake was van verwijtbare onbenutte verdiencapaciteit.
De vrouw, voormalig echtgenote en wettelijk vertegenwoordiger van de dochter tot haar meerderjarigheid, werd niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep na 6 februari 2010. De behoefte van de dochter aan onderhoud werd niet betwist. Het hof hield geen rekening met bepaalde schulden en advocaatkosten van de vader, maar wel met zijn woonlasten. Van zijn draagkracht achtte het hof 70% beschikbaar voor onderhoudsbijdrage.
Gelet op de feiten en omstandigheden kon de vader geen bijdrage betalen en was de nihilstelling van de onderhoudsbijdrage vanaf 16 maart 2010 terecht. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en verwierp het hoger beroep van de vrouw en dochter.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de vader aan zijn dochter wordt met ingang van 16 maart 2010 op nihil gesteld vanwege zijn verminderde draagkracht.