ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0109
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schending verdedigingsbeginsel en kwalificatie inkoopcommissie bij douanewaarde
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de inspecteur het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging heeft geschonden door belanghebbende niet vooraf in de gelegenheid te stellen haar standpunt kenbaar te maken over de elementen waarop de uitnodiging tot betaling (UTB) was gebaseerd. Het Hof bevestigt dat dit recht van verdediging een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht is en dat voorafgaand horen vereist is. Desondanks leidt deze schending niet automatisch tot vernietiging van de UTB, tenzij sprake is van nadeel voor belanghebbende. Omdat belanghebbende expliciet heeft verklaard geen nadeel te stellen en ook uit de stukken geen nadeel blijkt, vernietigt het Hof de UTB niet.
Daarnaast is in geschil of de bedragen aangeduid als “fee for conduct production” kwalificeren als inkoopcommissies in de zin van het Communautair douanewetboek (CDW) en daarmee niet tot de douanewaarde behoren. Het Hof concludeert dat de werkzaamheden van F niet bestaan uit vertegenwoordiging bij aankoop van goederen, wat kenmerkend is voor inkoopcommissies. De wijze van factureren wijst eerder op een verkoopcommissie. Daarom behoren deze bedragen wel tot de douanewaarde.
De rechtbank had de UTB vernietigd wegens schending van het verdedigingsbeginsel, maar het Hof vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond. De kosten van rechtsbijstand drukken niet op belanghebbende, zodat geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken. De uitspraak is gedaan door de meervoudige douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 december 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de UTB blijft gehandhaafd ondanks schending van het verdedigingsbeginsel wegens ontbreken van nadeel.