ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9526
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.M. Mens
- J.H. Lieber
- A.J.H. Blaisse-Ozinga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid minderjarige in hoger beroep tegen machtiging uithuisplaatsing
De minderjarige, vertegenwoordigd door zijn ouders en Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht, kwam in hoger beroep tegen een beschikking tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en een omgangsregeling. De rechtbank had de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing verlengd en een omgangsregeling vastgesteld.
Het hof overwoog dat minderjarigen geen zelfstandige rechtsingang hebben, behalve in wettelijk bepaalde uitzonderingen. Artikel 1:245 lid 4 BW Pro en artikel 1:253i BW bepalen dat ouders de minderjarige vertegenwoordigen. Hoewel een minderjarige van twaalf jaar en ouder in familierechtelijke procedures zijn mening moet kunnen uiten, kan hij niet zelfstandig procederen, tenzij de wet dit toestaat, wat hier niet het geval was.
De minderjarige had geen verzoek bij de stichting ingediend of afgewezen gekregen, een vereiste voor beroep bij de kinderrechter op grond van artikel 1:263 lid 2 juncto Pro lid 4 BW. Het hof verklaarde daarom de minderjarige niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover het de machtiging tot uithuisplaatsing betrof en wees het verzoek af.
De omgangsregeling was ingetrokken door de minderjarige, waardoor het hof ook dat verzoek afwees. De beschikking werd uitgesproken door het hof Amsterdam op 8 november 2011.
Uitkomst: De minderjarige is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing en het verzoek is afgewezen.