ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9051
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- M.P. van Achterberg
- E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring vernietiging effectenleaseovereenkomsten wegens ontbrekende toestemming echtgenote
In deze zaak is [Appellante] in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de kantonrechter die haar vordering tot vernietiging van effectenleaseovereenkomsten en terugbetaling van betaalde bedragen afwees. De leaseovereenkomsten waren door haar echtgenoot [X] aangegaan zonder haar schriftelijke toestemming, zoals vereist op grond van artikel 1:88 BW Pro.
De kern van het geschil betreft de vraag of de bevoegdheid van [Appellante] tot vernietiging van de leaseovereenkomsten was verjaard. De verjaringstermijn bedraagt drie jaar vanaf het moment dat zij met het bestaan van de overeenkomsten bekend werd. Dexia stelde dat zij meer dan drie jaar voor haar vernietigingspoging bekend was met de overeenkomsten, onder meer omdat betalingen vanaf een gezamenlijke en/of-rekening plaatsvonden waarvan zij mede rekeninghouder was.
[Appellante] voerde aan dat zij geen kennis had van de leaseovereenkomsten voordat zij in november 2002 via een tv-uitzending daarvan hoorde, en dat zij geen bemoeienis had met de gezamenlijke rekening die door haar echtgenoot werd beheerd. Het hof oordeelde dat Dexia voorshands aannemelijk had gemaakt dat [Appellante] bekend was met de leaseovereenkomsten, maar gaf haar de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs, onder meer door getuigenverhoor.
De verdere beslissing werd aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. Het arrest is gewezen door het hof Amsterdam op 6 september 2011.
Uitkomst: Het hof staat toe dat [Appellante] tegenbewijs levert over haar bekendheid met de leaseovereenkomsten en houdt verdere beslissing aan.