ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8951
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst met recht van gebruik en bewoning afgewezen wegens geringe tekortkomingen
In deze zaak vordert appellant de ontbinding van een koopovereenkomst met een zakelijk recht van gebruik en bewoning, wegens vermeende tekortkomingen door geïntimeerden in onderhoud en betaling van kosten. De woning werd in 1996 verkocht onder voorbehoud van dit recht, waarbij geïntimeerden verplichtingen hadden tot onderhoud en betaling van lasten.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat de tekortkomingen onvoldoende ernstig waren om ontbinding te rechtvaardigen. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat, ongeacht of sprake is van één of twee samenhangende overeenkomsten, de ontbinding van de ene overeenkomst ook de andere raakt.
Het hof stelt vast dat geïntimeerden onderhoud hebben uitgevoerd en betaald, en dat de tekortkomingen niet structureel zijn. Ook is onvoldoende concreet gesteld dat de gebreken normale bewoning belemmeren. De procedure voor bindend advies is niet gevolgd. Daarnaast is de overeenkomst oud en de waarde van de woning aanzienlijk hoger dan de gevorderde bedragen.
Gelet op deze omstandigheden zijn de tekortkomingen te gering om ontbinding te rechtvaardigen. De grieven van appellant falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de ontbinding van de koopovereenkomst af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.