ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8845
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegemoetkoming verhuiskosten na beëindiging huurovereenkomst voor bepaalde tijd
In deze zaak ging het om een geschil tussen huurder en verhuurder over de hoogte van een tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten na het beëindigen van een huurovereenkomst voor een etagewoning in Amsterdam. De huurovereenkomst was aanvankelijk voor twaalf maanden, maar de huurder heeft uiteindelijk ruim drie jaar in de woning verbleven.
De kantonrechter had de huurovereenkomst laten eindigen per 15 november 2010 en de verhuurder veroordeeld een tegemoetkoming van €2.130,- te betalen. De huurder ging in hoger beroep en vorderde een hogere vergoeding van €5.264,28, gelijk aan de vergoeding die gebruikelijk is bij ontruiming wegens sloop of renovatie.
Het hof oordeelde dat de duur van het verblijf en de verwachtingen van de huurder ten tijde van het aangaan van de overeenkomst een matigende invloed hebben op de hoogte van de vergoeding. De huurder had rekening moeten houden met een beperkte verblijfsduur en heeft geen concrete kosten gespecificeerd die een hogere vergoeding rechtvaardigen. De omstandigheid dat de huurder uiteindelijk langer bleef, leidt niet tot een hogere vergoeding.
Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en werd de huurder in de proceskosten van het hoger beroep veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis waarbij een tegemoetkoming van €2.130,- is toegekend en wijst de hogere vergoeding af.