ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7817
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beroep op dwaling en gefinancierde rechtshulp bij declaratie advocaat
In deze zaak is een geschil ontstaan tussen een advocaat en zijn cliënte over de betaling van declaraties voor juridische werkzaamheden. De cliënte stelde dat zij onjuist was geïnformeerd over haar recht op gefinancierde rechtshulp en beriep zich op dwaling om de overeenkomst te vernietigen.
De advocaat had in een opdrachtbevestiging duidelijk gemaakt dat de kosten hoger konden uitvallen dan het voorschot en dat de cliënte niet in aanmerking kwam voor gefinancierde bijstand of had gekozen daarvan af te zien. De cliënte had meer betaald dan het voorschot, maar stelde dat zij een eigen bijdrage had moeten betalen als zij gefinancierde rechtshulp had gekregen.
De kantonrechter wees de vordering van de advocaat af en kende de cliënte een deel van haar betaling terug. Het hof oordeelt dat het beroep op dwaling alleen gegrond kan zijn als de cliënte daadwerkelijk recht had op gefinancierde rechtshulp en de advocaat haar onjuist heeft voorgelicht. Het hof verwijst de zaak terug naar de rol voor nadere onderbouwing door de advocaat en houdt verdere beslissingen aan.
Het hof overweegt tevens dat de tekst van de opdrachtbevestiging onvoldoende duidelijkheid biedt over het recht op gefinancierde rechtshulp en dat bewijslevering over de mededelingen van de advocaat aan de cliënte nog moet plaatsvinden. Het hof moedigt partijen aan om de zaak in der minne te regelen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor nadere onderbouwing en bewijslevering over het recht op gefinancierde rechtshulp.