ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7798
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot nakoming overeenkomst inzake creditnota en verjaring
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of een vordering voortvloeiend uit een creditnota een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst is of een vordering uit onverschuldigde betaling. Het hof oordeelde dat de creditnota slechts een bevestiging is van een reeds bestaande schuld en dat artikel 3:307 BW Pro van toepassing is, niet artikel 3:309 BW Pro.
Verder werd geoordeeld dat de vordering van AstraZeneca op Medialand verjaard was, omdat de vordering opeisbaar werd op het moment dat AstraZeneca nieuwe facturen voldeed kort na de overeenkomst in 2003. De vordering was derhalve verjaard op het moment van het vonnis in 2010.
Het hof behandelde ook een overeenkomst uit 2005/2006 waarin werd bepaald dat het bedrag van de creditnota, vermeerderd met rente, aan appellanten zou worden uitbetaald. De rente werd toegewezen vanaf 1 september 2008. De BTW-component van de creditnota werd niet toegewezen, omdat de overeenkomst hierover geen duidelijkheid gaf en appellanten onvoldoende hadden toegelicht waarom deze verschuldigd zou zijn.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis, wees de vordering toe tot het netto bedrag van de creditnota en veroordeelde Aegis tot betaling van de kosten van het geding. Het incidenteel hoger beroep van Aegis werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt het bestreden vonnis en wijst de vordering toe tot betaling van € 288.755,03 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 september 2008.