ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7603
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietiging effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken toestemming echtgenote
In deze zaak gaat het om een effectenleaseovereenkomst gesloten door de echtgenoot van appellante met Dexia, waarbij appellante niet schriftelijk haar toestemming had gegeven zoals vereist volgens artikel 1:88 BW Pro. Appellante heeft de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen op grond van het ontbreken van deze toestemming.
Dexia voert verjaring aan omdat appellante meer dan drie jaar vóór haar beroep op nietigheid met de overeenkomst bekend zou zijn geweest. Het hof overweegt dat de bevoegdheid tot vernietiging verjaart na drie jaar vanaf het moment dat de echtgenoot op de hoogte was van de overeenkomst.
Het hof constateert dat betalingen vanaf een gezamenlijke en/of-rekening plaatsvonden en dat bankafschriften aan appellante waren gericht, wat wijst op bekendheid. Appellante betwist dit en stelt dat zij pas in 2004 van de overeenkomst hoorde. Het hof acht Dexia voorshands geslaagd in haar bewijs en staat appellante toe tegenbewijs te leveren.
Het hof bepaalt dat getuigen zullen worden gehoord om dit tegenbewijs te beoordelen en houdt verdere beslissing aan. Het arrest is gewezen door de kamerleden van het hof en uitgesproken op 15 november 2011.
Uitkomst: Het hof houdt de verdere beslissing aan en gelast getuigenverhoor om tegenbewijs te leveren over de bekendheid van appellante met de leaseovereenkomst.