ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7575
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J.J. Los
- D. Kingma
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing contractuele vergoeding na ontbinding arbeidsovereenkomst
De werknemer was sinds 1982 in dienst van bedrijven binnen het Stork-concern en trad in 2001 in dienst bij Stork als projectleider aseptische vullers. In zijn arbeidsovereenkomst was een beding opgenomen dat bij het uitlopen van het project een reguliere R&D-managersfunctie zou worden aangeboden, of anders een vergoeding volgens de Kantonrechtersformule.
De werknemer verzocht in 2007 de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een contractuele vergoeding. De kantonrechter ontbond de overeenkomst zonder vergoeding toe te kennen, omdat geen sprake was van het niet aanbieden van een reguliere R&D-managersfunctie. De werknemer stapte in hoger beroep en vorderde alsnog de vergoeding.
Het hof overwoog dat de werknemer onvoldoende had onderbouwd dat hij geen reguliere R&D-managersfunctie had vervuld. Hij had leiding gegeven aan medewerkers en beschikte over een budget, wat volgens het beding een managementfunctie impliceert. Ook het feit dat hij niet in een organogram stond of zich alleen met research bezighield, was onvoldoende om het beroep op het beding te rechtvaardigen.
Voorts oordeelde het hof dat de werknemer door zijn handelwijze Stork voor een voldongen feit had geplaatst, waardoor hij zich niet in redelijkheid op het beding kon beroepen. De grieven van de werknemer faalden, het bestreden vonnis werd bekrachtigd en hij werd veroordeeld in de proceskosten van het principale hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van werknemer tot contractuele vergoeding wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.