ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7150
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.M. Brilman
- G.H. van Asperen
- R.E. de Winter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak opzettelijke onjuiste aangifte omzetbelasting en gebruik valse facturen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting en het medeplegen van het gebruik van valse facturen. Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor het deel van de vervolging dat betrekking heeft op een valse correctiebrief, omdat dit onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen valt en strafvervolging daarvoor is uitgesloten.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feitelijk leiding gaf aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting voor twee bedrijven over meerdere tijdvakken in 2004 en 2005, met als doel te weinig belasting te betalen. Tevens werd hij veroordeeld voor medeplegen van het gebruik van zes valse facturen die werden ingediend bij de Belastingdienst.
De feiten betreffen een benadeling van de fiscus van circa 2,8 miljoen euro, waarbij de verdachte via zijn BV's en samen met een medewerker van de Belastingdienst een constructie opzette om onterecht belastingteruggave te verkrijgen. Het hof acht een gevangenisstraf passend, mede gelet op het feit dat het geld naar Zwitserse bankrekeningen is overgeboekt en niet is terugbetaald.
Het hof legt een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Een geldboete wordt niet opgelegd vanwege onvoldoende financiële draagkracht. Het hoger beroep tegen een vrijspraak van een vierde feit wordt niet ontvankelijk verklaard. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens opzettelijke onjuiste aangifte omzetbelasting en medeplegen gebruik valse facturen.