ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6867
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- C.C. Meijer
- D.J. Oranje
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid borgstelling ondanks ontbreken maximumbedrag
In deze zaak stond de geldigheid van een borgstelling centraal die appellant had afgegeven voor de financiële verplichtingen van TheSign B.V. aan geïntimeerde. Appellant voerde aan dat de borgstelling ongeldig was omdat er geen maximumbedrag was opgenomen en stelde verder dat sprake was van dwaling, bedreiging en misbruik van omstandigheden.
Het hof overwoog dat de borgstelling voldoet aan de eisen van artikel 7:858 lid 1 BW Pro, ook zonder een in geld uitgedrukt maximumbedrag, en dat de borgstelling geldig is voor het bedrag dat ten tijde van het aangaan vaststond. Daarnaast faalden de beroepen op nietigheid wegens bedreiging, misbruik van omstandigheden en dwaling omdat appellant onvoldoende concrete feiten en bewijs aanvoerde.
Verder stelde appellant beroep in op matiging van de hoofdsom en rente wegens betalingsonmacht, wat het hof verwierp. Wel werd geoordeeld dat de wettelijke rente pas vanaf 19 december 2007 verschuldigd is, niet vanaf 1 januari 2004 zoals de rechtbank had vastgesteld. Ook werden de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant tot betaling van € 14.274,75 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 19 december 2007. De proceskosten werden verrekend zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 14.274,75 met wettelijke rente vanaf 19 december 2007.