ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6767
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- M.P. van Achterberg
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid echtgenoot tot vernietiging effectenleaseovereenkomst ondanks vaststellingsovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal of de echtgenoot van de afnemer van een effectenleaseovereenkomst bevoegd is deze overeenkomst buitengerechtelijk te vernietigen nadat de afnemer zelf een vaststellingsovereenkomst met Dexia heeft gesloten. De leaseovereenkomst, gesloten in december 2000, betrof een restschuldproduct met een looptijd van 120 maanden. De echtgenoot heeft de overeenkomst in 2004 buitengerechtelijk vernietigd op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d BW Pro.
De rechtbank had geoordeeld dat de vaststellingsovereenkomst de vernietigingsbevoegdheid van de echtgenoot uitsloot, maar het hof stelt vast dat de echtgenoot die de vaststellingsovereenkomst niet heeft ondertekend, bevoegd blijft de leaseovereenkomst te vernietigen. Dit volgt uit de ratio van artikel 1:88 BW Pro ter bescherming van de andere echtgenoot en het feit dat de vaststellingsovereenkomst geen afstand van die bevoegdheid inhoudt.
Verder oordeelt het hof dat door het ontbreken van een opt-out verklaring, zowel de afnemer als de echtgenoot gebonden zijn aan de WCAM-overeenkomst, die een regeling biedt voor de afwikkeling van schade uit effectenleaseovereenkomsten. De vergoeding aan de afnemer wordt vastgesteld op 67% van de restschuld, waardoor zij 33% van de restschuld aan de schuldeiser verschuldigd is, vermeerderd met rente en incassokosten. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de afnemer tot betaling van € 8.096,94 plus wettelijke rente.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van € 8.096,94 plus wettelijke rente en wijst het meer gevorderde af.