ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6391
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens niet-nakoming terugkeergarantie en gevolgencriterium
De zaak betreft het hoger beroep van een werknemer tegen het UWV inzake kennelijk onredelijk ontslag. De werknemer stelde dat hem een terugkeergarantie was toegezegd om na reorganisatie terug te keren bij de afdeling Productontwikkeling, maar dat het UWV deze niet is nagekomen. De kantonrechter had het ontslag op die grond kennelijk onredelijk geoordeeld en het UWV veroordeeld tot een schadevergoeding.
Het hof oordeelt dat de afdeling Productontwikkeling in 2005 niet meer bestond en grotendeels was opgegaan in andere afdelingen, waardoor het UWV feitelijk niet in staat was om de terugkeergarantie na te komen. Hierdoor faalt de grondslag voor kennelijk onredelijk ontslag op die basis. De grieven die hierop steunen worden gegrond verklaard, waardoor het eerdere oordeel van de kantonrechter wordt vernietigd.
Het hof verwijst de zaak echter terug naar de rol voor een nadere memorie van partijen over de vraag of het ontslag kennelijk onredelijk is op grond van het gevolgencriterium van artikel 7:681 lid 2 BW Pro, waarbij partijen ook de hoogte van een eventuele schadevergoeding kunnen bespreken. Alle overige grieven worden niet-ontvankelijk verklaard of niet-gehonoreerd. De verdere beslissing blijft aangehouden.
Uitkomst: Het hof vernietigt het oordeel dat het ontslag kennelijk onredelijk is wegens niet-nakoming terugkeergarantie en verwijst de zaak voor nader debat over het gevolgencriterium.