ECLI:NL:GHAMS:2011:BU2837
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor binnenbrengen cocaïne, veroordeling medeplegen voorbereidingshandelingen invoer
De verdachte werd beschuldigd van het binnenbrengen van ongeveer 8.833 gram cocaïne in Nederland en van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne vanuit Brazilië. Het hof oordeelde dat hoewel de cocaïne het Nederlandse grondgebied bereikte, de verdachte en haar medeverdachte zich tijdig bij de bemanning van het vliegtuig meldden en afstand deden van de cocaïne, waardoor het binnenbrengen in de zin van de Opiumwet niet bewezen kon worden.
Wel werd vastgesteld dat de verdachte zich schuldig maakte aan medeplegen van voorbereidingshandelingen, waaronder het ontvangen van een vliegticket, het ontvangen van zakgeld, het onderhouden van telefonische contacten met mededaders en het vervoeren van koffers met cocaïne. Het hof achtte bewezen dat zij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zij betrokken was bij voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne.
De verdachte handelde uit persoonlijk winstbejag en had geen eerdere strafrechtelijke veroordelingen. Ondanks haar medewerking aan het opsporingsonderzoek, vond het hof een gevangenisstraf van 180 dagen passend, waarvan 95 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een in beslag genomen laptop verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van binnenbrengen cocaïne, veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 95 voorwaardelijk voor medeplegen voorbereidingshandelingen.