ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8441
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor betaling advocaatkosten ondanks faillissement BV
In deze civiele zaak zijn [appellant sub 1] en [appellante sub 2] in hoger beroep gekomen tegen een vonnis dat hen hoofdelijk aansprakelijk stelde voor betaling van advocaatkosten aan [geïntimeerde]. Deze advocaat had werkzaamheden verricht voor het bedrijf Auto Gas Holland Limited, dat inmiddels failliet is verklaard, maar ook voor de twee appellanten persoonlijk.
De appellanten betwistten hun aansprakelijkheid en stelden dat zij geen opdracht hadden gegeven voor de werkzaamheden en dat de facturen uitsluitend aan de failliete BV gericht waren. Het hof oordeelde echter dat uit het proces-verbaal van een kort geding bleek dat de advocaat ook namens de appellanten was opgetreden en dat zij onvoldoende gemotiveerd hadden betwist dat zij opdrachtgevers waren.
Daarnaast werd vastgesteld dat de appellanten ook e-mailcorrespondentie hadden ontvangen waarin de advocaat zijn werkzaamheden en facturen besprak. De stelling dat de declaraties eerst door de Raad van Toezicht moesten worden begroot, werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hof verwierp alle grieven van de appellanten en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, waarbij de appellanten hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling van de openstaande advocaatkosten en de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellanten hoofdelijk tot betaling van de advocaatkosten en proceskosten.