ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8421
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- M.W.E. Koopmann
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Toetsing van de DebtScan-werkwijze bij executie door gerechtsdeurwaarder
De zaak betreft een klacht van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) tegen een gerechtsdeurwaarder over diens gebruik van de DebtScan-werkwijze, waarbij kentekens van voertuigen worden gescand en bij 'hits' beslag wordt gelegd met plaatsing van een wielklem. De KBvG stelt dat deze werkwijze strijdig is met het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met name omdat geen individuele noodzakelijkheidstoets wordt uitgevoerd en beslag wordt gelegd zonder dat de gerechtsdeurwaarder zelf de executoriale titel controleert.
De gerechtsdeurwaarder verdedigt zijn werkwijze als efficiënt en kostenbesparend, waarbij de wielklem een praktische maatregel is om het voertuig veilig te stellen voordat het wordt overgedragen aan een bewaarder. Hij stelt dat hij mag vertrouwen op de aanlevering van titels door collega-deurwaarders en dat de wettelijke bepalingen niet verbieden wat hij doet.
Het hof bevestigt de eerdere beslissing van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders dat de klacht gegrond is. Het hof benadrukt dat de gerechtsdeurwaarder zelf kennis moet nemen van de executoriale titel en de betekening daarvan, en dat een noodzakelijkheidstoets per geval vereist is voordat tot inbewaringgeving wordt overgegaan. Het plaatsen van een wielklem zonder deze toets is een onwettig pressiemiddel. Desondanks legt het hof geen maatregel op vanwege het proefkarakter van de procedure en het ontbreken van eerdere richtinggevende uitspraken. De bestreden beslissing wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder wordt gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd.