ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7256
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- M.A. Goslings
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Werknemer kan aan ontslagname worden gehouden ondanks ontkenning ontslaggesprek
In deze zaak stond centraal of de werknemer daadwerkelijk zijn arbeidsovereenkomst op 29 november 2009 rechtsgeldig had beëindigd. De werknemer ontkende het ontslaggesprek te hebben gevoerd en stelde dat er geen duidelijke wilsovereenstemming was. Het hof achtte het echter zeer ongeloofwaardig dat de werknemer de voorman, die regelmatig toezicht hield, niet zou kennen en concludeerde dat het gesprek met de directeur en de voorman heeft plaatsgevonden zoals door de werkgever gesteld.
De werknemer had in het gesprek aangegeven vanwege privéproblemen en de wens om terug te keren naar Hongarije zijn dienstverband te willen beëindigen. Het hof vond dat de werknemer duidelijk en ondubbelzinnig zijn wil tot beëindiging had geuit. Ook de door de werknemer gestelde onderzoeks- en waarschuwingsplicht van de werkgever werd verworpen, omdat geen concrete aanwijzingen bestonden dat de werknemer zijn wil niet rechtsgeldig had geuit.
De werknemer had pas maanden later geklaagd over het uitblijven van loonbetalingen en het onterecht beëindigen van het dienstverband. Het hof oordeelde dat de werkgever redelijkerwijs mocht aannemen dat de werknemer zich bewust was van de gevolgen van zijn ontslag. De vorderingen van de werknemer werden daarom alsnog afgewezen en hij werd veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.