ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7074
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens niet melden ongebruikelijke transacties en niet vaststellen identiteit cliënt
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het niet onverwijld melden van ongebruikelijke transacties aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) en het niet op de voorgeschreven wijze vaststellen van de identiteit van een cliënt bij de verkoop van een Bentley Continental GT. De feiten betroffen transacties in de periode van april 2004 tot april 2005 waarbij contante betalingen boven de wettelijke drempel werden gedaan.
Het hof oordeelde dat verdachte bedrijfsmatig diensten verleende waarbij zij opzettelijk de meldingsplicht schond en de identiteit van de cliënt niet correct vaststelde, ondanks dat sprake was van contante betalingen boven de €15.000,-. De verdediging voerde aan dat de meldingsplicht bij de bank lag en dat de juiste rechtspersoon niet was gedagvaard, maar het hof vond op grond van nauwe verwevenheid tussen betrokken BV's dat de dagvaarding correct was.
De redelijke termijn was niet overschreden, maar het hof erkende dat de procedure onredelijk lang duurde en hield hier rekening mee bij de strafoplegging. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €15.000, waarvan €1.000 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €15.000, waarvan €1.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.