ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6910
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- J.A.W. Lensing
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ongeschikt vervoer van rund
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte schuldig was aan het vervoeren van een gewond, zwak en/of ziek rund dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport, in strijd met artikel 3 van Pro EG-verordening nr. 1/2005.
Het hof oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat het rund niet mocht worden vervoerd. Daarnaast was verdachte niet aanwezig bij het laden en transport en ging hij ervan uit dat de transporteur bijzondere maatregelen zou treffen. Hierdoor kon niet bewezen worden dat verdachte onnodig lijden aan het dier heeft veroorzaakt.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Deze uitspraak werd gedaan na onderzoek van het bewijs en de standpunten van partijen tijdens de terechtzitting.
De zaak illustreert het belang van voldoende bewijs om schuld aan dierenmishandeling bij vervoer vast te stellen, en het vertrouwen op professionele transporteurs bij het waarborgen van dierenwelzijn.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het rund ongeschikt was voor transport en dat verdachte onnodig lijden heeft veroorzaakt.