ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6910

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-000720-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EG-verordening nr. 1/2005Art. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ongeschikt vervoer van rund

In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte schuldig was aan het vervoeren van een gewond, zwak en/of ziek rund dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport, in strijd met artikel 3 van Pro EG-verordening nr. 1/2005.

Het hof oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat het rund niet mocht worden vervoerd. Daarnaast was verdachte niet aanwezig bij het laden en transport en ging hij ervan uit dat de transporteur bijzondere maatregelen zou treffen. Hierdoor kon niet bewezen worden dat verdachte onnodig lijden aan het dier heeft veroorzaakt.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Deze uitspraak werd gedaan na onderzoek van het bewijs en de standpunten van partijen tijdens de terechtzitting.

De zaak illustreert het belang van voldoende bewijs om schuld aan dierenmishandeling bij vervoer vast te stellen, en het vertrouwen op professionele transporteurs bij het waarborgen van dierenwelzijn.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het rund ongeschikt was voor transport en dat verdachte onnodig lijden heeft veroorzaakt.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-000720-11
Uitspraak d.d.: 4 oktober 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de economische kamer
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Utrecht van 8 februari 2011 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [postcode en woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2009 tot en met 20 maart 2009 te Maasbergen en/of Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
heeft gehandeld in strijd met artikel 3 van Pro de EG-verordening nr. 1/2005,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een gewond, zwak en/of ziek rund ([nummer]) laten vervoeren dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport en/of terwijl de vervoersomstandigheden dusdanig waren dat aan dit dier onnodig lijden werd berokkend en/of terwijl dit rund niet in staat was te worden vervoerd, daar dit rund niet op eigen kracht pijnloos kon bewegen en/of niet zonder hulp kon lopen.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het hof merkt hieromtrent op dat niet buiten redelijke twijfel bewezen is dat het betreffende rund niet mocht worden vervoerd, zodat de tenlastegelegde zinsnedes ‘een gewond, zwak en/of ziek rund ([nummer]) laten vervoeren dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport’ en ‘terwijl dit rund niet in staat was te worden vervoerd’ niet kunnen worden bewezen.
Ten aanzien van de tenlastegelegde zinsnede ‘terwijl de vervoersomstandigheden dusdanig waren dat aan dit dier onnodig lijden werd berokkend’ wordt voorts opgemerkt dat verdachte niet bij het laden van het rund en het transport aanwezig is geweest en dat verdachte er vanuit is gegaan dat er door de transporteur bijzondere maatregelen zouden worden genomen bij het transport van het rund. Dat zou dan, de eerder bereikte conclusie vrijspraak weggedacht, tot ontslag van alle rechtsvervolging moeten leiden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr B.P.J.A.M. van der Pol, voorzitter,
mr J.A.W. Lensing en mr L.E.M. Hendriks, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,
en op 4 oktober 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr L.E.M. Hendriks is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.