ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6718
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- R. de Groot
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens bezit van beschermde geprepareerde dieren onder Flora- en faunawet
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging dat hij op 4 maart 2008 te Utrecht geprepareerde dieren en delen daarvan van beschermde inheemse en uitheemse diersoorten in bezit had, waaronder een tijgerkop, zeeschildpad en brilkaaiman.
Hoewel de verdachte aanvoerde niet te weten dat het bezit strafbaar was, verwierp het hof dit verweer omdat opzet zich richt op het bezit van de dieren, niet op de wederrechtelijkheid. Het hof achtte wettig bewezen dat verdachte het ten laste gelegde had begaan, met uitzondering van wat meer of anders was ten laste gelegd.
Het hof veroordeelde verdachte tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €250,-, met een proeftijd van twee jaar, mede gelet op de ernst van de gedraging en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd wegens procedurele tekortkomingen en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €250,- voor het bezit van beschermde geprepareerde dieren.