ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6058
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- H.W. Koksma
- J.A.W. Lensing
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs oplichting en valsheid in geschrifte bij valutahandel
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor betrokkenheid bij malafide valutahandelpraktijken, waaronder valsheid in geschrifte en oplichting door het verspreiden van valse beleggingsoverzichten. Het hof volgde de rechtbank in de constatering dat onvoldoende vaststaat dat verdachte feitelijk leiding gaf aan de rechtspersoon die betrokken was bij de handel.
Verdachte was verkoopleider en niet actief betrokken bij de valutahandel zelf. Getuigenverklaringen over zijn opvolging van een andere verdachte werden niet ondersteund door ander bewijs. Het hof achtte niet bewezen dat verdachte op de hoogte was van de valsheid van de beleggingsoverzichten en dat hij het oogmerk had beleggers te benadelen.
De advocaat-generaal had gepleit voor een bewezenverklaring, stellende dat verdachte zich voordeed als bonafide valutahandelaar en gebruik maakte van valse namen en brochures. Het hof verwierp dit en benadrukte dat verdachte slechts in beperkte gevallen een andere naam gebruikte en dat er geen bewijs was voor opzet tot oplichting.
De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden eveneens afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd verklaard. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het aan zijn oordeel onderworpen was en sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van oplichting en valsheid in geschrifte.