ECLI:NL:GHAMS:2011:BT5907

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-002925-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn

Verdachte was niet aanwezig bij de zitting van 23 november 2009, waar de economische politierechter het vonnis mondeling uitsprak. Verdachte stelde op 16 augustus 2010 hoger beroep in tegen dit vonnis. Op het grievenformulier gaf verdachte aan niet aanwezig te zijn geweest vanwege een ongeluk, maar het hof concludeerde dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van de zitting. Volgens de wet moest het hoger beroep binnen veertien dagen na het vonnis worden ingesteld, maar dit gebeurde pas veel later. Daarom verklaarde het hof verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep.

De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam. De advocaat-generaal had een vordering ingediend die het hof na voorlezing overwoog. De uitspraak vond plaats bij verstek, aangezien verdachte niet aanwezig was bij de terechtzitting van het hof op 22 maart 2011. De niet-ontvankelijkheid betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld.

Uitkomst: Verdachte wordt niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-002925-10
Uitspraak d.d.: 22 maart 2011
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Utrecht van 23 november 2009 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [postcode en woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 maart 2011.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Ter terechtzitting van 23 november 2009 is de onderhavige zaak door de economische politierechter, in afwezigheid van verdachte, inhoudelijk behandeld en is door de economische politierechter terstond mondeling vonnis gewezen.
Verdachte heeft op 16 augustus 2010 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter. Op het door haar ingevulde grievenformulier heeft verdachte aangegeven dat zij niet bij de zitting aanwezig is geweest, omdat zij niet kon lopen vanwege een ongeluk.
Uit de inhoud van het grievenformulier leidt het hof af dat verdachte op de hoogte was van de zitting van 23 november 2009, nu de door verdachte opgegeven reden van verhindering enkel een argument kan zijn indien zij dat (toen al) was.
Verdachte kon volgens de wet gedurende veertien dagen na de uitspraak van het vonnis daartegen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is derhalve pas na het verstrijken van die termijn ingesteld. Daarom zal verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING (bij verstek)
Het hof:
Verklaart de verdachte niet ontvankelijk in haar hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr B.P.J.A.M. van der Pol, voorzitter,
mr H.W. Koksma en mr L.E.M. Hendriks, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,
en op 22 maart 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr L.E.M. Hendriks is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.