ECLI:NL:GHAMS:2011:BT2752
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg van de gratificatie arbeidsduuroverschrijding in de CAO Universitair Medische Centra
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond de uitleg van artikel 15.5 lid 2 van de CAO Universitair Medische Centra centraal, betreffende de toekenning van een gratificatie bij overschrijding van de arbeidsduur door academisch medisch specialisten. De appellant, Vumc, was het niet eens met een tussenvonnis van de kantonrechter dat bepaalde dat geen concrete opdracht tot extra werkzaamheden vereist is voor aanspraak op deze gratificatie.
De kantonrechter had geoordeeld dat het voldoende was dat de werkzaamheden behoren tot de taken waarvoor de specialist in dienst is, en dat het niet noodzakelijk is dat de werkgever een expliciete opdracht tot overwerk geeft. Vumc stelde dat alleen bij concrete opdrachten aanspraak op vergoeding bestaat, mede vanwege financiële afspraken met zorgverzekeraars.
Het hof oordeelde dat de functie van academisch medisch specialist het verrichten van overwerk impliceert en dat een stelselmatige overschrijding van de gemiddelde arbeidsduur op jaarbasis recht geeft op een gratificatie. Het hof verwierp de stelling dat een concrete opdracht vereist is en benadrukte dat de werkgever verantwoordelijk is voor het maken van haalbare productieafspraken. Het tussenvonnis werd vernietigd en de zaak terugverwezen naar de kantonrechter voor verdere beoordeling van de feitelijke omstandigheden.
Uitkomst: Het hof vernietigt het tussenvonnis en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere beoordeling met de juiste uitleg van artikel 15.5 lid 2 van de cao.