ECLI:NL:GHAMS:2011:BT1698
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging onderhoudsplicht wegens samenwonen als gehuwd volgens artikel 1:160 BW
Partijen zijn in 1998 gehuwd en in 2011 gescheiden. De vrouw verzocht om een uitkering tot levensonderhoud, welke door de man werd betwist op grond van samenwonen met een ander als waren zij gehuwd.
Het hof onderzocht de situatie en constateerde dat de vrouw structureel verblijft bij [X], met wie zij een affectieve relatie voert en een gezamenlijke huishouding lijkt te voeren. Diverse observaties en rapporten, waaronder een rechercheonderzoek, ondersteunen dit.
De vrouw betwistte samenwoning en stelde dat zij bij de moeder van [X] woont, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. Het hof concludeerde dat de man voorshands aannemelijk heeft gemaakt dat de onderhoudsplicht kan eindigen volgens artikel 1:160 BW Pro.
Het hof gaf de vrouw de mogelijkheid tot het leveren van tegenbewijs en stelde een termijn voor het indienen van bewijsmiddelen en het horen van getuigen. Verdere beslissing werd aangehouden totdat dit is afgerond.
Uitkomst: Het hof laat de vrouw toe tot het leveren van tegenbewijs tegen de stelling dat zij samenleeft als waren zij gehuwd, en houdt verdere beslissing aan.