ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8876
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- A.V.T. de Bie
- J.G. Gräler
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid moeder
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarbij zij ontheven werd van het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter. De dochter is sinds 1998 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst, met voortdurende verlengingen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Noord Holland hebben onderzoek gedaan naar de noodzaak van een verderstrekkende maatregel.
De moeder verzet zich niet tegen de voortdurende uithuisplaatsing en werkt mee aan het behandelplan. De Raad stelde dat de moeder ongeschikt is omdat zij moeilijk bereikbaar zou zijn en onvoldoende contact onderhoudt met de gezinsvoogd en de dochter. De moeder betwistte deze stellingen en stelde dat zij goed bereikbaar is, regelmatig contact onderhoudt en de zorg en behandeling van haar dochter ondersteunt.
Het hof oordeelt dat de Raad onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing na ruim twaalf jaar niet meer toereikend zijn om de dreiging voor de ontwikkeling van de minderjarige af te wenden. De moeder heeft voldoende inzicht in de problematiek en behoeftes van haar dochter en werkt samen met de betrokken instanties. Daarom wordt de beschikking tot ontheffing van het gezag vernietigd en het verzoek van de Raad afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontheffing van het gezag van de moeder af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.