ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6419
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Huijzer
- G.J. Visser
- W.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid beslaglegging op onroerende zaken buiten gemeenschap van goederen
In deze civiele zaak stond centraal of de beslaglegging door de belastingdienst op onroerende zaken die toebehoorden aan een buiten gemeenschap van goederen gehuwde partij onrechtmatig was. De appellanten, beiden eigenaar van afzonderlijke woningen, stelden dat het beslag onrechtmatig was omdat het beslag ook zaken betrof die niet aan hen toebehoorden.
De belastingdienst erkende dat het beslag op niet aan de belastingplichtige toebehorende zaken was gelegd en dat de vordering tot opheffing toewijsbaar was. Na executie van het beslag op een van de onroerende zaken en opheffing van het beslag op de andere, was er echter geen belang meer bij een voorlopige voorziening tot opheffing van het beslag.
Het hof oordeelde dat een wijziging van eis na cassatie en verwijzing niet mogelijk was en dat de gewijzigde eis in kort geding niet kon slagen. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de kostenveroordeling betrof, en het hof bepaalde dat iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis werd voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het beslag onrechtmatig was, maar dat er geen belang meer is bij opheffing van het beslag en draagt iedere partij haar eigen kosten.