ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6416
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Polak
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijkheid pensioenreglement en invorderingskosten SVB
In deze civiele zaak ging het om een geschil tussen Gulf Oil Nederland B.V. en de Stichting Vroegpensioen Brandstoffenbedrijf (SVB) over de toepasselijkheid van het pensioenreglement en de invordering van premies inclusief rente, boete en kosten.
Het hof stelde vast dat het Pensioenreglement 1998 van toepassing was ten tijde van het dwangbevel van 14 november 2007, omdat uit notulen en bestuursverklaringen bleek dat een Pensioenreglement 2007 toen nog niet was vastgesteld. Gulf had onvoldoende bewijs geleverd voor het tegendeel.
Verder oordeelde het hof dat de rente vanaf 21 mei 1999 terecht werd berekend en dat de boete van 10% conform het reglement correct was opgelegd. De gevorderde kosten van aanmaning en buitengerechtelijke invordering waren niet onredelijk, maar de deurwaarderskosten ad € 79.926,94 werden door het hof afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter voor zover het verzet ongegrond werd verklaard met betrekking tot de deurwaarderskosten en verklaarde het verzet van Gulf tegen deze kosten gegrond. Voor het overige werd het verzet ongegrond verklaard en het vonnis bekrachtigd. Gulf werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet van Gulf gegrond voor de deurwaarderskosten, maar wijst de overige grieven af en bekrachtigt het vonnis voor het overige.