ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4850
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A. van Haeringen
- E. Gras
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming verhuizing minderjarige naar Finland
De zaak betreft het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor verhuizing met de minderjarige naar Finland, tegen de wil van de vader in. Het hof weegt de belangen van alle betrokkenen, met het belang van het kind voorop. Uit het raadsonderzoek blijkt dat de minderjarige een kwetsbaar meisje is met een benedengemiddelde leercapaciteit en innerlijke onzekerheid, mede veroorzaakt door de scheiding en de strijd tussen de ouders.
De moeder heeft de speltherapie voor de minderjarige in gang gezet en stelt dat de verhuizing naar Finland geen problemen zal opleveren vanwege haar sociale netwerk en de kwaliteit van voorzieningen aldaar. De vader vreest dat de verhuizing het contact met hem zal belemmeren en betwist de geboden hulpverlening in Finland.
Het hof oordeelt dat het belang van de minderjarige het meest gediend is met voortzetting van het verblijf bij de moeder en dat de verhuizing naar Finland passend is gezien haar sociale aanpassingsvermogen en de voorzieningen aldaar. De omgangsregeling zal weliswaar veranderen, maar de moeder heeft zich bereid verklaard hieraan mee te werken. Het verzoek van de vader om het hoofdverblijf bij hem te bepalen wordt afgewezen, evenals zijn verzoek tot wijziging van de omgangsregeling in hoger beroep.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover het verzoek de omgangsregeling betreft.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met de minderjarige naar Finland te verhuizen; verzoeken van de vader worden afgewezen.